De Standaard Magazine, zaterdag 29 mei 2004

Stof voor dromen

De making of (en de neergang van) iconen

Dossier

Ze had het beter niet gedaan, Catherine Deneuve. Tenminste, als we de anonieme recensent van Le Figaro willen geloven. Geen spaander van A l'ombre de moi-même, de onlangs verschenen dagboeken van Deneuve die de periode van 1968 tot 1999 omspannen, blijft heel. Conclusie: iconen die gewoon zichzelf willen zijn, krijgen slaag.

Het is niet omdat ze huiveringwekkende ideeën verkondigt. Niet omdat ze vitriool in het rond spuit over collega-acteurs. Niet omdat ze bekent dat ze god-weet-welke misdaad op haar kerfstok heeft. Want voor alle duidelijkheid: dat doet ze allemaal niet. Nee, het is veel erger. Ze heeft het icoon Catherine Deneuve, het archetype van de Gallische schoonheid, aan het wankelen gebracht.

De geraffineerde, koele, intelligente actrice, die in parels van films als Repulsion en Belle de jour meespeelde, die model stond voor Marianne -- symbool van de Franse republiek --, die de muze was van Yves Saint Laurent, blijkt ineens een mens van vlees en bloed. Ze maakt zich druk over een gemiste vlucht, ze bestelt champagne ,,die echt is, met bubbels, en niet op pis lijkt'', ze koopt nylons met een naad achteraan, ze vindt de New Yorkers op Broadway bizarre, onfatsoenlijke mensen, die te dik zijn bovendien. Ze vertelt over eten, over haar favoriete zeep die ze in het buitenland maar niet kan vinden, over pruiken en kostuums, over comfortabele en minder comfortabele hotels.

Wie bereid is het allemaal met enige mildheid te aanzien, zou haar verhalen als troostrijk kunnen ervaren. Wat een opluchting: ze is zo normaal. Het zijn triviale, misschien kleinburgerlijke weetjes en opmerkingen die altijd uitgesproken praktisch blijven. Nauwelijks diepere bedenkingen, geen poging tot analyse van de onderlinge chemie tussen acteurs, niets van dat alles.

En waarom zou ze ook? Catherine Deneuve heeft haar persoonlijk leven altijd afgeschermd van de buitenwereld, en ze waarschuwt haar lezers al meteen bij het begin van het boek: ,,Hou u klaar voor heel weinig.'' Ze liegt niet. Ze observeert, en wat er te voelen, te denken of te filosoferen valt, laat ze aan de lezer zelf over.

Haar waarschuwing heeft niet mogen baten. ,,Zij, van wie we elk recht hadden te denken dat ze intelligent, verfijnd en gecultiveerd was, met een sterk karakter, een goed beoordelingsvermogen en ruime inzichten, komt over als een zestienjarig schoolmeisje, met een stroperige stijl'', luidt het in Le Figaro. ,,In vergelijking hiermee lijkt Marilyn Monroe een intellectueel.'' Waarmee in één moeite dat andere grote icoon tegen de vlakte gesmakt wordt.

Het is op zijn minst merkwaardig, dat icoonschap. Jarenlang probeer je -- met de nodige hulp van een entourage voor wie massapsychologie en marketing geen geheimen kennen -- een voetstuk dat met bruine zeep ingesmeerd lijkt te beklimmen. En wanneer je eindelijk je doel bereikt hebt, breekt een eindeloze, slopende onderhoudsperiode aan. Het beeld dat men van je heeft, maakt zich los van de échte mens, en moet tot elke prijs in stand gehouden worden. Probeert iemand -- het icoon inbegrepen -- ook maar enigszins afbreuk te doen aan het ideaalbeeld, dan zijn de gevolgen niet te overzien. Verontwaardiging, ongeloof, ontkenning, woede. Vraag maar aan de fans van Michael Jackson, die er heilig van overtuigd zijn dat hij het nooit met kleine jongetjes zou doen. Vraag maar aan Catherine Deneuve.

Het woord icoon is afgeleid van het Griekse eikon: afbeelding. In de Grieks- en rooms-orthodoxe kerk zijn iconen -- kleine olieverfschilderijtjes waarop heiligen afgebeeld worden -- onlosmakelijk verbonden met de religieuze devotie.

Volgens de hoogleraar en cultuurfilosoof Eric Corijn (VUB) moet de aanbidding van religieuze iconen niet onderdoen voor de aanbidding van de door de media gecreëerde iconen van beroemdheden en vice versa. ,,Het gaat om de mythische relatie met wat schuilgaat achter een onwezenlijk beeld. Bij de religieuze iconen is er altijd een vermoeden van een of ander spiritueel verband. En bij de meer recente media-iconen is er altijd de illusie dat achter het beeld een sterke essentie schuilgaat. Die illusie is uiterst belangrijk. En dan mogen de boekjes nog zo vaak aankondigen dat er grote onthullingen op stapel staan, toch raken ze vrijwel nooit de essentie. Er wordt altijd iets gegeven, er worden kleine, onbelangrijke dingen onthuld, maar de honger wordt nooit helemaal gestild. Waardoor de fascinatie telkens weer gevoed wordt.''

Dat iconen toevallig zouden ontstaan, doordat iemand op het juiste moment op de juiste plaats is en de juiste rol speelt, klopt maar gedeeltelijk. Er was natuurlijk iemand als Che Guevara, die de gedroomde revolutionair belichaamde in een tijd dat de revolutie vreselijk sexy was. Maar hij zou nooit dezelfde status bereikt hebben zonder de foto van de eeuw, gemaakt door de fotograaf Alberto Korda, net op het moment dat hij als een profeet met onpeilbaar diepe blik de verte in kijkt. Een foto die in postervorm, met of zonder het pathetische ,,Hasta la victoria sempre'' de muren van miljoenen tienerkamers sierde, en die nadien ook op T-shirts, petjes, kopjes, horloges en zelfs ski's opdook.

(Toch even vermelden dat Korda zelf geen cent auteursrechten ontvangen heeft voor de foto. Een handige Italiaanse journalist die bij Korda te gast was en meteen oog had voor Che's sterrenpotentieel, vroeg beleefd of hij de foto mocht hebben. Dat mocht. De rest van het verhaal laat zich raden.)

,,Achter vrijwel elk media-icoon zit een gigantische professionele machine van vormgevers en communicatie-experten'', zegt Eric Corijn. ,,Alles is mooi uitgekiend. Om te beginnen creëer je iemand met wie veel mensen zich kunnen identificeren. Je vertrekt van een lege plek, waarop iedereen naar hartenlust zijn gevoelens of verlangens kan projecteren. Het is belangrijk dat je icoon charisma heeft maar waar dat precies in zit, mag niet te duidelijk zijn. En er moet sprake zijn van een zekere verleiding, een erotiserende werking, zonder dat het mysterie meteen helemaal onthuld wordt. Een icoon moet altijd een beetje ongrijpbaar blijven. Kijk, ik kan Catherine Deneuve de gedroomde vrouw vinden om de lakens mee te delen, maar laat het vooral niet écht gebeuren. Dat kan niet, dat mag niet, want dat doodt de magie.''

De Amerikaanse columnist Mark Kingwell heeft zo zijn eigen ironische, om niet te zeggen cynische recept ontwikkeld voor de creatie van een media-icoon.

Onwaarschijnlijk mooi zijn -- dat geldt vooral voor vrouwen, die zonder uitzondering ,,smaakvol'' (duur) gekleed gaan. Of van een fascinerende lelijkheid zijn -- mannen met een lederen huid en wallen zo dik als gebruikte filterzakjes onder de ogen, als getuige van een leven vol seks, drugs en rock-'n-roll. Dat is al een goede eerste stap.

En dan is het zaak de juiste beelden de wereld in te sturen. Icoon glimlacht breed naar juichende menigte. Icoon fronst meelevend, doch met dappere en bemoedigende glimlach, naar gewonde soldaat of -- nog veel beter -- driejarig aidspatiëntje. Icoon houdt zich moedig overeind, terwijl hij of zij, de persmeute trotserend, de wagen probeert te bereiken. Een zonnebril hoort er natuurlijk bij, en dat geldt al vanaf het moment dat het licht helderder is dan dat van een flinke kaars.

Een zo kort mogelijk koosnaampje, waardoor iedereen meteen een vals gevoel van intimiteit met het icoon krijgt, wil ook wel eens helpen. Jackie. Jacko. J-Lo. Di. Alsof je ze gisteren nog op de koffie had.

Een icoon zou echter geen icoon zijn als er geen boeiende verhaalstructuur -- genre sprookje of zedenles -- omheen te bouwen viel. Mooie prinses getiranniseerd door gemene stiefmoeder. Blinde ambitie -- van gestoorde vader -- en té vroeg succes veranderen eenvoudige jongen in schietgrage, verslaafde maniak. Enfant terrible schopt wild tegen het establishment van sport/rock/film/zakenwereld aan.

image
© rr
Toch kan het nog beter. Een icoon kan doodgaan. Dat hoeft niet, maar het helpt wel. Meer zelfs: mensen die tot dan toe gewone bekendheden waren, kunnen er op slag de status van icoon mee verwerven, zeker met een gewelddadige of mysterieuze dood. Een auto-ongeluk waarbij misschien wel een minderjarige aan het stuur zat? Een vliegtuigcrash? Moord of zelfmoord? Een overdosis? Het brengt de machinerie perfect op gang. ,,Tragisch'' en ,,schokkend'', ,,de hele wereld rouwt mee''.

Probeer dan maar eens te zeggen dat het allemaal zo erg niet is. Of dat je icoon X of Y toch maar een trut/lul vond. Tijd nu voor massale, hysterische rouw. Ontsnappen is moeilijk want zelfs wie zijn best doet het hoofd koel te houden, voelt de ontroering wel eens opwellen. De televisie slaat je om de oren met retrospectieven en interviews met al wie ooit in de schaduw van het icoon mocht vertoeven. Lof, lof, niets dan lof. Uiteraard. Beelden van het icoon in slow motion, lachend, spelend met de kinderen, geconcentreerd bezig met de opnames van film, plaat of wat dan ook, en ten slotte -- ga maar na, ze doen het élke keer -- wuivend naar de camera. En fade out.

Ook op tv: lange rijen rouwenden, honderden boeketten en mensen die snikkend getuigen hoe kapot ze ervan zijn, en dat ,,het lijkt alsof ze een zus/broer verloren hebben''.

Het publiekelijk vertoonde verdriet bereikt soms dermate grote proporties -- denk maar aan de dood van prinses Diana --, dat het moeilijk is niet even de boude bedenking te maken: zouden ze evenveel verdriet hebben als hun échte zus sterft? Misschien boud, maar een toch enigszins terechte bedenking, meent Eric Corijn. ,,Vergeet niet dat Diana een soort heiligenstatus bereikt had, door de -- voor de buitenwereld -- heldhaftige manier waarop ze met haar lijden omging. Zij ging er niet, zoals zoveel andere mensen, onderdoor. Tenminste, zo leek het toch. In werkelijkheid was dat natuurlijk anders: zij ging er wel degelijk onderdoor, en zij leek mij een bijzonder neurotisch mens. Maar het plaatje dat we te zien kregen, was dat van de altruïstische Diana, die voor iedereen een plaats had in haar hart. Het verdriet van de mensen ging over de dood van iemand die zo doorgedreven zuiver was dat ze eigenlijk niet echt bestond.''

Corijn: ,,Als iemand uit onze omgeving sterft, dan zal dat overlijden je vaak een dubbel gevoel geven. Je hebt veel verdriet, maar tegelijk is het soms ook een opluchting. Je hield wel veel van je moeder, maar haar gezeur waar ze je soms de muren mee op kon jagen, zul je alvast niet missen. Liefde en haat liggen in het echte leven heel dicht bijeen. Bij iconen ligt het anders. Je zuivert hun beeld zodanig uit dat ze abstract worden. Je houdt van dat ideaalbeeld omdat het rust geeft. Het geeft hoop, het ondersteunt je verlangen en het is prettig om je te identificeren met iets dat zoveel rust en eenheid uitstraalt. Als de fascinatie ver genoeg gaat, dan krijg je het gevoel een persoonlijke band te hebben met het icoon.''

Vreemd genoeg heeft kritiek op een pas overleden icoon vaak een averechts effect, zo stelt Mark Kingwell vast. Het heeft wat weg van een vaccinatie, zeg maar: een beetje ziektekiemen op het lichaam loslaten maakt de antistoffen alleen sterker. Wie durft te verkondigen dat meneer of mevrouw icoon in werkelijkheid écht niet zo volmaakt was als de media ons willen doen geloven, wordt publiekelijk uitgejouwd, belachelijk gemaakt, beschuldigd van cynisme, maar in alle stilte verwelkomd en geprezen. Oef, toch menselijk. En dan worden de minder fraaie verhalen in een acceptabele vorm gegoten, zodat ze stilaan deel kunnen gaan uitmaken van de mythe rondom het icoon.

De carrière van het icoon als marketingproduct kan nu definitief van start gaan. Biografieën hoeven niet per se accuraat te zijn om goed te verkopen, T-shirts, briefpapier, posters en koelkastmagneetjes zijn top als cadeautje voor elke gelegenheid. Om nog maar te zwijgen over carnavalsmaskers. Leve de kitschificatie! Verontrustend? Welnee. Het betekent dat de icoonmakers volledig in hun opzet geslaagd zijn: het icoon zal blijven voortleven, lang nadat het model waarnaar het geschilderd is de geest heeft gegeven. Ten slotte wordt het icoon het onderwerp van academische studies, duiken hier en daar samenzweringstheorieën op, claimen sommigen dat ze contact hebben met het icoon in het hiernamaals, en ga zo maar door. En om het helemaal af te maken zullen we er, zin of niet, eerst na een jaar, dan na vijf jaar, na tien jaar, na vijfentwintig jaar en ongetwijfeld na vijftig jaar nog eens nadrukkelijk aan herinnerd worden dat het icoon precies zoveel jaren geleden overleed. Tijdens het journaal, door documentaires, door film- of muziekspecials.

En toch kunnen gedoodverfde iconen vroeg of laat van hun voetstuk tuimelen, zelfs wanneer ze allang dood zijn. John F. Kennedy, bijvoorbeeld, en bij uitbreiding de hele Kennedyclan, viel eraf. Wat in de loop van de jaren aan het licht kwam, had niets meer te maken met kleine, menselijke fouten, maar was zo gortig dat zelfs de fanatiekste fans verslagen moesten toegeven dat ze zich vergist hadden. Dat ze in een droombeeld, een mythe geloofd hadden. Dat de Kennedy's niet de visionaire idealisten waren voor wie iedereen ze altijd gehouden had. Dat daarentegen hun rijkdom het resultaat was van clandestiene drankverkoop tijdens de drooglegging, en dat vader Kennedy beste maatjes was met de maffia. Dat JFK een onverbeterlijke vrouwenloper was, en niet de gedroomde family man.

JFK Jr. kwam trouwens nooit helemaal onder de druk uit van zijn eigen icoon: het beeld van de driejarige John-John (ook een mythe trouwens, want niemand uit zijn omgeving heeft hem naar verluidt ooit zo genoemd), die de doodskist van zijn vader salueerde, zou zich voorgoed in het collectieve geheugen van de mensheid griffen. Probeer daarna nog maar eens iets van je leven te maken. Het zal nooit goed genoeg zijn.

Er zit een kentering aan te komen. De moderne iconen hebben bijna nooit meer de uitstraling van de iconen van pakweg veertig jaar geleden. Het Amsterdamse bureau IPM KidWise onderzocht de impact van idolen op kinderen en jongeren, en de conclusie is eensluidend: ze hangen niet meer zo sterk aan idolen als de voorgaande generaties.

Dat zou onder andere te maken hebben met het feit dat idolen steeds vaker zichtbaar ,,gemaakt'' worden. Een programma als Idool 2003 bijvoorbeeld wekt de indruk dat iederéén een idool kan worden. En verder zitten we natuurlijk met onze neus op een goudader aan al dan niet betrouwbare informatie: het Internet. Als je op een website een onopgemaakte, slaperige Jennifer Lopez kunt zien, of Cameron Diaz met acne, dan is de magie ver te zoeken.

,,Je ziet steeds vaker tijdelijke iconen'', beaamt Eric Corijn, ,,mensen die een tijdlang heel erg in zijn en de hemel in geprezen worden, waarna ze met evenveel enthousiasme opnieuw naar beneden gehaald worden. En natuurlijk speelt het Internet daar een rol in. Iconenmakers hebben het niet onder de markt nu, want voor élke inspanning die zij doen om het plaatje zo aantrekkelijk mogelijk te maken staat een ander klaar die met veel plezier iets uithaalt om het icoon-in-wording onderuit te halen. Dat maakt dat jongeren ook kritischer tegen de dingen aan gaan kijken. Ook hier kun je weer de vergelijking met de kerk doortrekken: doordat de mensen zoveel beter geïnformeerd zijn dan vroeger, zijn ze kritischer geworden. Ze zijn minder naïef, en durven de zogenaamde perfectie van de kerk in vraag te stellen. Bij jongeren is het net zo. De kerk staat niet meer op een ongenaakbaar voetstuk, en dat geldt ook voor beroemdheden. Vroeger was een filmster onbereikbaar ver weg. Daar kon je alleen maar van dromen. Nu loop je bijna op elke straathoek een BV tegen het lijf. Onbereikbaar? Magie? De illusie van het iconendom brokkelt stilaan af.''

  • Catherine Deneuve, A l'ombre de moi-même, Stock, 241 blz, 19,50 euro.
  • kathleen vereecken