Kathleen
Vereecken










 

 

 

Obama. De weg naar verandering

Lannoo, 2009

Klik hier voor een fragment

Wanneer de kleine Barack Obama - 'noem me maar Barry' - geboren wordt op Hawaï, kan niemand vermoeden dat hem een gouden toekomst wacht. Zijn ouders scheiden wanneer hij twee is, en zijn Keniaanse vader verdwijnt voorgoed uit zijn leven. Maar Obama is een dromer en bereid keihard te werken om zijn dromen waar te maken. Hij gaat rechten studeren, stort zich op de politiek en slaat vriend en vijand met verstomming. Wat niemand ooit durfde te dromen, gebeurt: hij wordt de eerste zwarte president van de Verenigde Staten.

 

Fragment [terug]

Van neger tot Afro-Amerikaan, of: wat betekent ‘politiek correct’?
Toen Obama studeerde, werd er veel gediscussieerd over wat nu de beste benaming was: een zwarte of een Afro-Amerikaan. Sommigen vonden ‘zwarte’ te neerbuigend, maar Obama vond het allemaal onzin. ‘Het maakt geen donder uit in het leven van wie elke dag hard werkt. Het gaat erom hoe we hun leven beter kunnen maken’, zei hij.
Nog niet eens vijftig jaar geleden was het heel normaal dat je een zwarte een neger noemde. Maar omdat het deed denken aan het neerbuigende ‘nikker’ (nigger in het Engels) dat racisten wel eens in de mond namen, moest het woord verdwijnen.
Nu gebruiken Amerikanen voornamelijk het politiek correcte ‘Afro-Amerikaan’ (African-American), al vinden ze ‘zwarte’ (black) meestal ook oké.
‘Politiek correct’ betekent dat je de dingen zodanig verwoordt dat niemand – vooral niet mensen die tot een minderheid behoren, zoals zwarten, homo’s en mensen met een handicap – zich gekwetst of beledigd zou kunnen voelen. Als je heel erg politiek correct wilt zijn, dan zeg je dus niet ‘bejaarden’, maar ‘senioren’. Dat klinkt minder oud.
De drang om altijd politiek correcte woorden te gebruiken kent ook veel tegenstanders. Die vinden het lachwekkend dat je een vuilnisman een ‘milieuwerker’ zou moeten noemen, of een schoonmaakster een ‘hygiënisch assistente’. Dat zou chiquer en dus minder veroordelend klinken. Maar juist omdat je hun werk verbloemt (dus het mooier voorstelt dan het is), geef je de boodschap dat je erop neerkijkt. Alsof het een schande is om te zeggen dat iemand vuilnis ophaalt of huizen schoonmaakt. Kun je nog volgen?
In Amerika bestaan heel wat groepen mensen die voor hun rechten willen opkomen. Op zich is dat prima, maar sommigen gaan daar erg ver in. Vooral ouders van schoolgaande kinderen vinden dat hun kind op geen enkel moment het gevoel mag krijgen dat het minder waard is dan een ander. Uitgevers van schoolboeken hebben er hun handen vol aan. Een verhaal over pinda’s werd geschrapt, omdat sommige kinderen allergisch zijn voor pinda’s. Stukken van verhalen waar dwergen in voorkwamen, moesten eruit, want misschien zouden kinderen met achondroplasie – dat zijn kinderen die aan dwerggroei lijden – dat niet zo prettig vinden. Muizen, ratten, kakkerlakken, luizen en slangen: weg ermee. Dat zijn allemaal beesten die te angstaanjagend zijn voor jonge kinderen. En verjaardagen vieren doen we liever ook niet meer, want van sommige godsdiensten mag dat niet en anders voelen die kinderen zich alweer benadeeld.

Een aantal mensen komt intussen in opstand tegen de overdreven eisen van de ouders. Er wordt geknoeid met prachtige, klassieke verhalen en dat kan niet, zo luidt het. Bovendien worden schoolboeken er oersaai door. Als alles goed gaat, mogen Amerikaanse kinderen binnenkort weer gezellig griezelen met een verhaal over een dwergmuis die precies op haar verjaardagsfeestje door een slang wordt opgepeuzeld. [terug]