Kathleen
Vereecken










 

 

 

Morgen word ik heks

Standaard uitgeverij, 1995
+ 8
ill. Piet De Moor

Klik hier voor een fragment

Fragment [terug]

Toen Nona de speelplaats opliep, stond Jasper ineengedoken tegen de lindeboom. Zijn bril hing scheef en zijn boek lag vertrappeld en verscheurd op de grond. Vincent gaf hem een harde stomp in zijn maag. Een paar andere kinderen drentelden er een beetje lacherig omheen.
Jasper deed helemaal niets terug. Hij dook alleen nog verder ineen.
'Dat boek is van de bibliotheek. Ik moet het morgen terugbrengen...' zei hij zacht.
Hij probeerde het boek op te rapen. Maar daar was Emmie. Uitdagend ging ze met haar beide voeten op het boek staan.
'Wat jammer toch', grijnsde ze.
Nona keek snel om zich heen. Meneer Smits, die toezicht hield, was helemaal aan de andere kant van de speelplaats druk aan het praten met de klusjesman. Die had niets in de gaten. En hem halen zou veel te lang duren…
Jaspers armen hingen slap en moedeloos naar beneden. Hij keek machteloos naar het besmeurde en kapotte boek.
'Geef me dat boek', zei hij, op bijna smekende toon, 'Geef me dat boek, alsjeblieft!' beval Emmie.
Nona kromp ineen. Hoe konden ze? Jasper haalde diep adem.
'Geef me dat boek, alsjeblieft', zei hij, zonder op te kijken.
Emmie schudde het hoofd en bleef staan.
'Geef me dat boek, alsjeblieft, lieve Emmie', zei ze doodkalm.
Nona walgde. Ze hoopte maar dat Jasper Emmie in het gezicht zou spuwen of zo. Maar dat deed hij niet. Bijna onhoorbaar zei hij: 'Geef me dat boek, alsjeblieft, lieve Emmie.'
Emmie grijnsde breed. Nona dacht dat ze nu wel achteruit zou stappen, maar dat deed ze niet. Er ging een rilling door de massa kinderen heen. Het was helemaal stil geworden in dat hoekje van de speelplaats. Zelfs het gelach was verstomd. Traag strekte Emmie Vink haar arm uit en wees naar de grond voor haar voeten.
'Op je knieën, schele dikzak. En vraag het me zo nog maar eens.'
Nona voelde al het bloed uit haar gezicht wegtrekken van woede. Doe het niet, Jasper. Doe het niet. Sla haar in haar gezicht, schop haar tegen de grond, plak alle kauwgom die je maar vinden kunt in haar haren… maar ga vooral NIET op je knieën zitten. Nona sloot haar ogen even en hield haar adem in. Als ze het nu maar hard genoeg dácht, dan kon hij haar gedachten misschien wel opvangen…
Ze opende haar ogen weer en keek gespannen naar Jasper. Hij ging langzaam naar Emmie toe, tot hij heel dichtbij was. Zou hij durven...? Nee toch, Jasper... Hij liet zich langzaam zakken tot hij op zijn knieën zat en boog het hoofd. Emmie lachte en zwol op als een kikker.
Jaspers hoofd was nu vlak bij haar benen. Nu zou hij het nog eens moeten zeggen, dat afgrijselijke zinnetje. Nona stopte haar vingers in haar oren.
Maar Jasper zei helemaal niets. Hij zei niets, maar hij dééd wel iets. Hij deed iets dat niemand ooit van hem verwacht zou hebben. Met een snelheid die Nona nog nooit gezien had bij Jasper, sloeg hij zijn armen om Emmies knieën heen, gaf haar een harde kopstoot in de buik en gooide haar tegen de grond. Ze gilde. En toen bleef hij verdwaasd zitten.
Emmie, die eerst nogal versuft had gekeken, keek nu verontwaardigd en boos om zich heen.
Eerst bleef het doodstil. Maar na een paar tellen klonk hier en daar wat onderdrukt gegiechel op. Emmie krabbelde snel overeind en keek Jasper woedend aan. Dreigend zwaaide ze haar wijsvinger heen en weer onder zijn neus.
'Dat zet ik je nog betaald, dikke!' siste ze.
En weg was ze.
'Goed van je!' riep een van de jongens naar Jasper.
'Ja, dat werd hoog tijd...' vulde een meisje aan.
Het spektakel was afgelopen. Het publiek verspreidde zich weer over de speelplaats.
Nona had al die tijd met open mond toegekeken. Wat had ze Jasper onderschat! Maar ze was wel ontzettend blij voor hem. Jasper zag dat ze keek.
Hij glimlachte een beetje verlegen en probeerde zijn bril weer min of meer recht op zijn neus te zetten.
Nona ging naar hem toe en raapte zijn boek op. Ze sloeg het vuil er zoveel mogelijk af en stak de losgescheurde bladzijden weer goed. Ze gaf het boek aan Jasper.
'Ik zal je wel helpen om het zo goed mogelijk te plakken', zei ze. 'Ze merken er vast niets van in de bibliotheek.'
'Bedankt', zei Jasper.
Nona moest lachen. Hij zag er weer echt als Jasper uit.
'Je bent de held van de dag, weet je dat?' zei ze. Jasper schudde zijn hoofd.
'Held, held...' zei hij stilletjes.
En zijn wangen kleurden op slag rozerood. Een strenge stem onderbrak hun gesprek. 'Zeg, wat was dat hier allemaal, daarnet?'
Het was meneer Smits. De kinderen keken met een uitgestreken gezicht naar de grond. 'Niets', zei Nona.
Meneer Smits keek alsof hij het zaakje niet helemaal vertrouwde.
'Zeker?' wilde hij weten.
'Ja, hoor!' knikte Jasper.
'Hm', deed meneer Smits.
En toen wandelde hij weer weg. [terug]