Kathleen
Vereecken










 

 

 

Lara & Rebecca

Querido, 2006
+ 15
omslag Suzanne Hertogs

Klik hier voor een fragment uit Lara's verhaal

Klik hier voor een fragment uit Rebecca's verhaal

De pers over Lara & Rebecca

Duits

Een creoolse plantage aan de Mississippi, Louisiana. Lara, een blanke plantersdochter, en Rebecca, een zwarte slavin, groeien samen op en worden hartsvriendinnen. Maar de opdeling tussen zwart en blank, tussen slaaf en meester, haalt ze wreed en onherroepelijk uit elkaar. Dan breekt de burgeroorlog uit. Het einde van de slavernij is in zicht, de wereld zal nooit meer hetzelfde zijn. Maar vinden Lara en Rebecca elkaar wel terug?

Een ode aan vriendschap en vrijheid.

 

Een fragment uit Lara's verhaal [terug]

Het bericht kwam op een donderdag, zonder dat iemand me erop voorbereid had.
Ik was pas opgestaan en had de dubbele deuren naar de veranda geopend om te kijken naar de boten op de Mississippi, zoals ik elke ochtend deed. De lucht was lauw en vochtig, de jasmijn en oleander hielden hun geur nog even vast. De oude eiken in onze tuin raakten met hun meterslange takken de grond en leken nog zwaarder door de dikke sluiers Spaans mos. Die takken waren volmaakte zitbanken. Rebecca en ik zaten er soms urenlang tijdens eindeloos lange, veel te warme zomers, toen het leven zoveel trager was. En dan speelden we en lachten. Of ze vertelde me verhalen en we praatten over alles waarover we met niemand anders wilden praten. Af en toe klommen we op de dijk en wuifden we naar kinderen die we als kleine, zinderende stipjes aan de overkant van de rivier op en neer zagen deinen. We vroegen ons altijd af hoe het daar zou zijn, aan de overkant. We waren er nooit geweest.
Ik ademde diep en vroeg me af wat we die dag zouden gaan doen, en ineens stond ze naast me, mijn grootmoeder. Lang, zwart en met een flauwe lucht van kamfer om haar heen. Onomwonden vertelde ze me dat Rebecca voortaan niet meer zou komen.

Rebecca was als een zusje voor me. Een tweelingzus, alleen was zij zwart en ik blank.
Toen ik geboren werd, was mijn moeder erg ziek en verzwakt. Mammy zou mij van dat moment af opvoeden en verzorgen, precies zoals ze dat bij mijn vader gedaan had, maar haar borsten waren allang droog en de enige melk die ze mij kon bieden kwam van de koe. In het slavenkwartier beviel Céleste, een wasvrouw, diezelfde dag nog van een meisje. Wat mijn moeder en Mammy mij niet konden geven, had zij in overvloed, dus kreeg ik in mijn eerste levensjaar haar linkerborst en Rebecca de rechter.
Het jaar daarop kreeg ik een broertje, maar van hem herinner ik me niets. Toen hij vier maanden oud was, kreeg hij de gele koorts en ging dood. Nog tweemaal groeide er een kind in mijn moeder, maar tweemaal werd het veel te vroeg geboren.
Van mijn moeder werd verteld dat ze erg levenslustig en vrolijk was als jong meisje. Ik kan me dat zo moeilijk voorstellen. Ik heb haar alleen maar moe en stil gekend, met diepe blauwe ogen die vaak in het niets keken.
Mijn moeder wilde niet dat ik alleen bleef en omdat zij zelf geen kinderen meer zou krijgen, haalde ze op aanraden van mijn vader Rebecca voor mij in huis. Zeer tegen de zin van oma Isabel, dat wel. Een negerkind kon je nooit vertrouwen, vond ze.
Ik was blij met Rebecca, maar dat besefte ik pas achteraf. Toen ik klein was, was ze er gewoon altijd. We speelden samen in de tuin, of met het grote poppenhuis dat mijn vader uit New Orleans meegebracht had. We sloegen met een lange bamboestok pecannoten uit de bomen en bakten er samen met Mammy een cake mee. We pingelden op de piano, tot mijn moeder het niet meer aan kon horen en een pianolerares inhuurde. We leerden samen lezen en rekenen, en alles was eerlijk verdeeld, want Rebecca kon het beste lezen en ik kon het beste rekenen. Soms mocht ik met haar mee naar het slavenkwartier, omdat er een kalf of veulen geboren werd. Dan gaf oude Joseph me hooi, waarmee ik het diertje droog kon wrijven, en keken we samen gespannen toe hoe het voor het eerst wiebelend op zijn dunne pootjes ging staan en met een getuite snoet op zoek ging naar drinken.

Naarmate we groter werden, stonden we ook vaak voor de spiegel en verwonderden we ons over hoe we wel en niet op elkaar leken. Dat mijn haren donkerder waren dan de hare, vond Rebecca gek. En dat ik door zulke kleine neusgaatjes adem kon halen. [terug]

 

Een fragment uit Rebecca's verhaal [terug]

Ik was een zondagskind, een gelukkige prinses. Tot de werkelijkheid me op een dag inhaalde.
Het gebeurde al een hele tijd geleden, ik moet een jaar of acht geweest zijn, toen ik terugkwam van het gele huis, nog natrillend van plezier omdat Lara en ik de slappe lach hadden gekregen. Eerst hadden we gepraat; ik had haar verteld wat ik wist over de gezondheid van haar vader. Mijn moeder had namelijk gezegd dat hij zwak vlees had. Wat dat precies was, wist ik niet, maar het klonk niet gezond. Ik vertelde Lara dat Delia uit het slavenkwartier er met haar hoodookennis wel iets op zou vinden. Lara was blij en verzekerde me dat ze het aan haar vader zou voorstellen. En toen waren we op het idee gekomen om op onze kin een neus en twee ogen te tekenen, en dan ondersteboven naar elkaars mond te kijken, terwijl ik languit op de veranda lag en zij met haar gezicht boven het mijne hing. We lachten tot we geen tranen meer hadden, tot onze buik het niet meer hield, tot we alleen nog maar in staat waren tot hikken en naar adem happen, en het was heerlijk. Ik verheugde me al op het moment dat ik het verhaal van onze lachbui aan mijn moeder zou kunnen vertellen, en voelde het bij dat vooruitzicht alweer gevaarlijk trillen en borrelen in mijn keel. Maar toen ik bij onze hut kwam was ze er niet. Oude Joseph zat voorovergebogen op een krukje en sneed stil dunne schillen hout van een stok. Toen hij me zag, wenkte hij.
‘Waar is mijn moeder?’ wilde ik weten.
‘Ze komt straks wel,’ zei hij. Het spinnenweb van pijn- en lachrimpels dat zijn gezicht bijna altijd bedekte, bleef zo goed als onzichtbaar. ‘Kom jij maar hier bij me zitten, dan laat ik je zien hoe je figuurtjes snijdt uit hout.’
Ik werd bang, zonder dat ik wist waarom.
‘Mama!’ riep ik, en doof voor wat Joseph nog zei liep ik verder over de veel te lange aardeweg, afgeboord met slavenhutten, terwijl het fluitende geklap van een zweep steeds luider werd. En toen zag ik haar, achter de laatste slavenhut, dichtbij het oude ziekenhuis. Geknield, met scheefhangende losgeknoopte jurk, terwijl ze tussen de slagen door nutteloze pogingen deed om met de stof haar ene borst te bedekken. Haar gezicht was vertrokken in een vreemde grimas en bij elke slag hoorde ik haar zacht kreunen. Haar rug bloedde, haar haren waren losgeraakt en kleefden in pieken op haar bezwete gezicht.
‘Mama!’ riep ik weer. Ik begon te huilen, want elke zweepslag die ze kreeg voelde ik tot in de kleinste vezel van mijn lichaam.
‘Stop ermee,’ klonk de stem van mijn vader smekend naast me. ‘Doe haar geen pijn.’
Ik wilde naar de opzichter toe lopen, zijn arm tegenhouden, hem de zweep afnemen, maar mijn vader sloeg zijn armen om me heen en ik voelde zijn lichaam trillen alsof hij koorts had.
‘Papa, laat hem ophouden!’
Maar mijn vader, mijn sterke vader, deed niets en verborg zijn gezicht in mijn haren.
‘…en twintig,’ zei de opzichter. ‘Denk in het vervolg na voor je dingen vertelt over Meester.’
Mijn moeder kwam wankelend overeind en probeerde haar jurk over haar schouders te trekken. Ik liep achter de opzichter aan en greep hem bij de arm.
‘Gemenerd!’ schreeuwde ik. ‘Je hebt haar pijn gedaan. Gemene man!’
Hij draaide zich naar me om en maakte aanstalten me een draai om de oren te geven, maar mijn vader was hem voor en ik voelde mijn hoofd tollen.
‘Alstublieft, n iet doen,’ zei hij, terwijl hij met een handbeweging de opzichter probeerde kalm te houden. ‘U ziet, wij houden haar wel in de pas.’
Ik legde mijn hand op mijn gloeiende oor en keek naar mijn vader. Hoe kon hij? Wat had ik gedaan? Ik wilde alleen maar mijn moeder verdedigen. De vraag waarom hij me geslagen had bleef in mijn keel steken, de onrechtvaardigheid maakte me stom.

Ik stond stil op de aardeweg tussen de slavenhutten en keek naar het gele huis. Het lange, zwarte silhouet van m adame Isabel verdween van de veranda en het besef kwam even onverwacht als de klap: ik moest mijn mond leren houden. [terug]

 

De pers over Lara & Rebecca [terug]

‘Indringend, maar zonder overdreven sentiment vertelt zij over de gecompliceerde vriendschap tussen een blanke plantersdochter en een zwarte slavin, kort voor, tijdens en na de Amerikaanse Burgeroorlog. … Haar kracht is dat ze in een heel eigen sobere stijl twee sterke levensechte (vrouwen)karakters vormgeeft, die beurtelings een bekend verhaal zodanig opnieuw vertellen dat je het niet snel vergeet. … Of Lara en Rebecca, die haar bloedband met Lara geheimhoudt, hun vriendschap na de oorlog weer oppakken, is aan de lezer. En dat past in deze mooie tijdloze vertelling over een oorlog zonder helden, waarin onuitspreekbare gevoelens knap worden gesuggereerd en je doen inzien ‘dat het echte leven vele gezichten heeft’.’
(Mirjam Noorduijn in De Groene Amsterdammer)

‘Kathleen Vereecken weet de gevoelens van de beide meisjes prachtig en bloemrijk te beschrijven, zonder in goedkope sentimenten te vervallen.’
(Hanneke Van den Berg in Noordhollands Dagblad e.a.)

‘De historische achtergronden worden gedoseerd en zijdelings meegegeven, zonder vermoeiende uitleggerigheid en met de nodige nuanceringen. Zo brengt Vereecken het imago van Abraham Lincoln als martelaar van de slaven voor een stuk tot realistische proporties.
Hier is een gedreven verteller aan het woord, die een goed gedocumenteerd beeld van een tijd en van een kleurige samenleving in een boeiend verhaal verweeft. Je snuift de warme geuren en je proeft de smaken van het slavenkwartier, je voelt de hautaine kilte en de onuitgesproken droefenis van het blanke huis. De hele sfeer van het Creoolse bijgeloof, de angst van de slavenvrouwen voor de brutale toenaderingen van de blanke bazen, de geleidelijke ontdooiing van grootmoeder Isabel, de vernederingen en de hoop op beter, de eenzame bevalling in het moeras van Rebecca’s blanke baby… het wordt allemaal vakkundig, suggestief en met zin voor treffende details en mooie beelden beschreven.’
(Annemie Leysen in De Morgen)

‘Vereecken schrijft enorm sfeervol, ze spint je in met haar gevoelige taal en delicate behandeling van emoties. Ze schrijft fraai en genuanceerd, met zorgvuldig gekozen details, waardoor zowel verhaal als personages tot leven komen. Ook de nevenpersonages zijn overtuigend.
Naar het einde toe krijgt Lara van haar grootmoeder te horen: ,,Er zijn veel manieren om aan de overkant van de rivier te geraken, Lara. Ik heb nooit beweerd dat de mijne de beste is. Kies de manier die bij je past, maar zorg dat je niet verdrinkt.'' Dat is precies wat de twee hoofdpersonages met vallen en opstaan doen, terwijl ze zich ontwikkelen tot zelfbewuste vrouwen. Twee mooie portretten. Voor lezers vanaf vijftien jaar is dit boek een sfeervolle introductie in de wereld van de Amerikaanse slavernij.’
(Ed Franck in De Standaard der Letteren)

‘Mooi historisch verhaal waarin beurtelings in de ik-vorm Lara en Rebecca aan het woord zijn, waardoor je een indringend beeld krijgt van het contrast tussen blank en zwart in die tijd. Lara beseft wat slavernij inhoudt, maar moet zich als meesteres verantwoorden en streng zijn. Rebecca moet de pijn en vernedering als slavin ondergaan. Toch komen beiden als sterke jonge vrouwen uit de strijd. Gevoelens en gebeurtenissen worden treffend beschreven in soms lange zinnen. … Voor jongeren vanaf ca. 14 jaar die vriendschap en vrijheid waarderen.’
(Monique Luijben, Biblion)

‘De schrijfster belicht de verschillende partijen (slaven, planters en soldaten) en geeft zo een objectief relaas van deze geschiedenis. Ze hanteert een gevoelige maar heldere pen en vertelt zeer bevlogen dit soms schokkende verhaal. Een aanrader!’
(Inge Umans, Pluizuit)

'Vereecken ontroert in dit meeslepende verhaal en raakt de lezer rechtstreeks in het hart. Stilistisch valt er heel veel te genieten. Deze opmerkelijke ode aan vriendschap en vrijheid mag wat mij betreft op geen enkele leeslijst voor de derde klas (van vmbo t/m vwo) ontbreken.'
(Rob van Veen in Jeugdliteratuur in de praktijk)

‘Vereecken schrijft met subtiele pen die noch de rauwe realiteit noch de poëzie schuwt. Zinnen als “Ik besloot niet langer alleen naar binnen te kijken” beroeren de ziel van de lezer. Dit boek opent meer dan de wereld van Lara en Rebecca alleen, het is een aanklacht tegen rassendiscriminatie en een eerbetoon aan vrijheid en vriendschap. Achteraan in dit boek vind je een beknopte geschiedkundige verduidelijking van feiten en namen. Zonder meer een aanrader!’
(Kristina Delmeire in Pluizer)

‘Lara en Rebecca is een prachtige jeugdroman over een donkere tijd in de Amerikaanse geschiedenis. … Een knap, in een sobere stijl geschreven verhaal dat de lezer niet alleen ontroert, maar ook laat nadenken over vriendschap en over de drang naar vrijheid die in elk mens schuilt.’
(Anita Wuestenberg in De Bond)

‘Verschillende krachtige scènes en verrassende wendingen houden de aandacht van de lezer het hele boek vast. … De nuances waarmee Vereecken de relaties en dilemma’s van blanken en zwarten beschrijft, zorgen ervoor dat Lara & Rebecca een roman is die lang blijft nazinderen.’
(Vanessa Joosen in Literatuur zonder leeftijd)

‘Mit den Augen Laras und Rebeccas, aus deren Sicht abwechselnd erzählt wird, erleben wir eine Zeit des massiven Umbruchs. In vielen ergreifenden Szenen bringt uns sie Autorin das Leid der Schwarzen nahe, so dass deren Ohnmacht spürbar wird.’
(Ulrike Schmoller, Litterula)

‘Die Autorin ist es auf überzaugende Art gelungen, eine sehr spannende mitreissende Handlung mit den oft berührenden inneren Sichtweisen der beiden Protagonistinnen zu verknüpfen.’
(Maria Riss) [terug]