Kathleen
Vereecken










 

 

 

Het broeikaseffect

Lannoo, 2007
ill. Benjamin Leroy

Klik hier voor een fragment

De pers over Het broeikaseffect

Hoelang moeten we wachten voordat het weer koeler wordt op aarde?
Hoe kan de aarde op een broeikas lijken als er geen glas overheen zit?
Wat heeft het broeikaseffect met chemie te maken?
Is het dan zo erg dat het een beetje warmer wordt?
Wat is groene energie?

De K.U. Leuven stelde haar deuren open voor leergierige kinderen. Ze bestookten de professoren met honderden vragen over wetenschap, geschiedenis, psychologie en nog zoveel meer.
Kathleen Vereecken bundelde de interessantste, leukste en meest originele vragen over het broeikaseffect en Benjamin Leroy zorgde voor grappige illustraties.
Met quizvragen en experimenten
In samenwerking met professor Luc Van Meervelt.

 

Fragment [terug]

Wat doet de ozonlaag voor ons?
Het is heel simpel: als de ozonlaag er niet zou zijn, dan zouden we met zijn allen verbranden en verschrompelen. We zouden niet lang overleven op aarde, omdat de ultraviolette stralen van de zon (kortweg UV-stralen) alles zouden verschroeien. De ozonlaag werkt als een filter voor het zonlicht. Ze houdt een groot deel van de schadelijke stralen tegen, en zorgt ervoor dat we niet meteen verbranden.

Waar komt het gat in de ozonlaag vandaan?
Wij hebben het gedaan!
Geschrokken? Je vraagt je misschien af hoe wij een gat kunnen maken in iets wat zich vele kilometers boven onze hoofden bevindt, iets waar je alleen maar met een raket naar de ruimte doorheen raakt. Die raket heeft er in ieder geval niks mee te maken. Die boort geen blijvende gaten, maar duwt heel snel en kort de gassen een beetje uiteen, waarna ze vanzelf weer samen komen.
Het begon allemaal zo rond de start van de 20ste eeuw. Vanaf dat moment begon de mens stoffen als – zet je schrap – chloorfluorkoolwaterstoffen (kortweg: CFK’s) en halonen te produceren. Het zijn stoffen die bijvoorbeeld als koelmiddel in koelkasten gebruikt worden, in spuitbussen, in piepschuim en als brandblusmiddel. Jammer genoeg doen ze nog meer dan dat: ze stijgen op en tasten de ozonlaag aan. Simpel gezegd: ze eten de ozonlaag beetje bij beetje op.

Waar zit dat gat precies?
Het gat in de ozonlaag is het grootst aan de Zuidpool, op Antarctica. Het is niet altijd even groot, en het is ook niet zomaar een gat. De laag ozon wordt, vooral in de lente, erg dun: er blijft niet meer dan de helft van over.
Op enkele wetenschappers na die er onderzoek doen, wonen er geen mensen op de Zuidpool. Maar er leven wel dieren: pinguïns, zeevogels, vissen, robben en walvissen. Omdat de sterke UV-stralen de plantengroei in zee en op land aantasten, komt ook het leven van de dieren in gevaar. Want waar geen planten meer zijn, vinden ze onvoldoende eten om te overleven.
Ook boven Australië is de ozonlaag een stuk dunner dan op het noordelijk halfrond. De zon schijnt er niet alleen langer en warmer dan bij ons, ze verbrandt je veel sneller dan op een zonnige dag bij ons. Veel blanke Australiërs krijgen huidkanker, een ziekte die veroorzaakt wordt door UV-stralen. In supermarkten wordt zonnemelk vaak (minstens factor 30: dat betekent dat je 30 maal langer in de zon kunt blijven zonder te verbranden) per liter verkocht.

En nu het goede nieuws
Vijfentwintig jaar geleden zag het er slechter uit dan vandaag. Het dunner worden van de ozonlaag begon rond 1980, maar enkele jaren terug hield het gewoon op. Of niet zo gewoon:  ook dát hebben wij gedaan. Want vandaag vind je vrijwel geen enkele spuitbus meer met CFK. De mens heeft naar oplossingen gezocht. En gevonden. Er is nog beter nieuws: onlangs heeft men zelfs gemerkt dat het gat zich langzaam aan het dichten is.

Als ozon goed is, waarom zegt de weerman dan soms dat er teveel ozon is?
Dat is inderdaad vreemd. Iedereen maakt zich zorgen over het gat in de ozonlaag, en dan is daar, op een mooie zonnige dag, het verhaal van de weerman. Dat oude mensen, kleine kinderen en iedereen die astma heeft, maar beter binnen kan blijven. Omdat er tevéél ozon in de lucht zit, nota bene!
Het probleem is dat, ook al is het ozon in de ozonlaag erg nuttig en belangrijk, ozon niet thuishoort in de onderste luchtlagen. En toch zit ze er vaak. De zon kan namelijk zuurstofmoleculen (O2) scheiden. Dan blijven twee aparte zuurstofatomen over. Die zweven vrij rond in de lucht. Ze gaan op zoek naar volledige zuurstofmoleculen en hechten er zich aan vast: drie atomen O samen vormen O3 of een ozonmolecule. Het lijkt een soort superzuurstof, maar, zoals voor alles, geldt ook hier: te veel is slecht. Ozon inademen is ongezond.

Wat is het verschil tussen goede en slechte ozon?
De ozon die zich hier in de lucht hangt, wordt veroorzaakt door vervuiling. Het is een broeikasgas, dat er niet alleen mee voor zorgt dat de aarde opwarmt, maar tegelijk slecht is voor de gezondheid. Sedert het einde van de 19de eeuw – toen de industriële revolutie zorgde voor een sterke toename van het aantal fabrieken – hangt er maar liefst één derde meer ozon in de lucht die we inademen. Vooral de laatste twintig jaar is er veel ozon bijgekomen, en ja: dat hebben we weer zelf gedaan. Uitlaatgassen van auto’s zijn misschien wel de grootste boosdoeners.

Vooral in de zomer, hangt er veel ozon in de lucht. Daarom vraagt men de mensen vaak hun auto zoveel mogelijk thuis te laten. Want van zoveel ozon krijgen nogal wat mensen problemen met de ademhaling. Binnenblijven en geen grote inspanningen doen – want dan adem je sneller, en krijg je ook meer ozon binnen -, kunnen helpen. Ozonmoleculen die ergens tegenaan botsen, breken af. Daarom heb je er binnenshuis er veel minder last van. [terug]

 

De pers over Het broeikaseffect [terug]

‘Het boek werd met een grote dosis humor geschreven. Moeilijke zaken worden zeer helder uitgelegd, vaak met behulp van concrete voorbeelden en vergelijkingen, zoals bv. het verschil tussen fysica en chemie. Een zwaar thema ook, maar zodanig belicht dat je er niet zwaarmoedig van wordt.’

(Inge Umans, Pluizuit en Pluizer) [terug]