Kathleen
Vereecken










 

 

 

Interview, verschenen op queridokind.nl, over Lara & Rebecca

Hoe kwam u erbij een kinderboek over dit 'volwassen' onderwerp te schrijven?
Een echt kinderboek over dit thema zou moeilijk geweest zijn. Het gaat over mooie dingen als vriendschap, loyaliteit en liefde, maar ook over behoorlijk gruwelijke dingen. Nu geloof ik wel dat kinderen bepaalde hoeveelheden van de harde werkelijkheid aankunnen, maar in mijn boek veronderstelt vooral de belevingswereld van de hoofdpersonages (ze maken allebei een grote evolutie door) een zekere maturiteit bij de lezer. Daarom stond het ook vrij snel vast dat het als adolescentenroman voor +15-jarigen zou uitgegeven worden.

Uit uw dankwoord aan het einde van het boek blijkt dat u een reis hebt gemaakt voor dit boek. Hoe lang was u precies op reis en langs welke plaatsen voerde uw tocht?
Ik ben twee keer naar Louisiana geweest. In 2001 was dat samen met mijn gezin tijdens een huisruilvakantie. We deden een aantal moerastochten, bezochten New Orleans en een paar oude plantages. In de verhalen van de gidsen lag het accent nadrukkelijk op het leven van de blanke meesters. De slaven bleven een voetnoot en bij hun belevingswereld leek - ook vandaag - niemand stil te staan. Anders werd het toen we de 'Laura Plantation' bezochten: veel minder grandeur en commercie, en verhalen van meesters én slaven. Ik kan niet anders dan zeggen - dit glijdt gevaarlijk af naar het cliché, ik weet het - dat het iets deed ontbranden in mij. Het raakte me allemaal veel dieper dan al het andere wat ik daarvoor al gezien en gehoord had: de ontroerende verhalen, het gele houten plantershuis, de originele slavenhutten, de loodzware vochtige hitte, de geur van planten en bloemen, die enorme rivier - de Mississippi - iets meer dan honderd meter verderop... Toen al wist ik dat ik ooit een boek zou schrijven met twee verhaallijnen: een zwarte en een blanke.
Toen ik later thuis wilde beginnen aan het boek, voelde ik hoe moeilijk het was om aan de nodige informatie te geraken. Je hebt natuurlijk wel het internet en je kunt boeken bestellen waar ook ter wereld, maar het verhaal bleef eenzijdig. Blanke verhalen waren er in overvloed, maar de zwarte slaven waren bijna zonder uitzondering ongeletterd en hadden hun geschiedenissen mondeling doorgegeven. Vreemd genoeg zijn veel Afro-Amerikanen vandaag erg terughoudend om iets over hun familiegeschiedenis te vertellen, vooral tegenover een blanke. Het lijkt alsof velen zich schamen en dat stuk geschiedenis liefst zo snel mogelijk zouden willen vergeten.
Er was nog iets anders. Een boek schrijven is voor mij altijd een erg zintuiglijke ervaring. Ik wil me kunnen onderdompelen in de sfeer, de geuren, de kleuren van het land waarover ik schrijf. Liefst van al zou ik zelfs even een tijdmachine hebben, maar dat behoort voorlopig nog niet tot de mogelijkheden.
Al die dingen hebben een rol gespeeld in mijn beslissing terug te reizen naar Louisiana, in mijn eentje ditmaal. In april 2005 heb het ook gedaan. Ik ben de moerassen ingetrokken met de beheerder van het Achafalaya-bassin - de plek waar Rebecca haar baby krijgt -: hij kon me precies vertellen hoe je zou kunnen overleven in de moerassen (dat had hij zelf namelijk gedurende drie maanden gedaan); ik heb opnieuw de plantages van toen bezocht en kwam weer onder de indruk van Laura; ik ben met een gids door het French Quarter van New Orleans getrokken en hing aan zijn lippen toen hij me vertelde over 'les gens de couleur libres' - de vrije zwarten in New Orleans - en over de gewoonte van vrije zwarte moeders om hun dochters als maitresse te koppelen aan een rijke blanke man. Ik bezocht Käthe Hambrick van het River Road African American Museum die al jaren familiegeschiedenissen en oude gebruiksvoorwerpen van slaven verzamelt; zij hielp me aan een aantal waardevolle anekdotes.
Eén ding was duidelijk: ik wilde een genuanceerd verhaal brengen, een verhaal waarin ieders drijfveren duidelijk en tot op zekere hoogte begrijpelijk zouden gemaakt worden. De geheel gerechtvaardigde vrijheidsdrang van de slaven, maar ook de verbetenheid waarmee de blanke planters aan het oude systeem wilden vasthouden.

Welke andere vormen van research, naast deze reis, heeft u uitgevoerd?
Ik heb veel informatie van het internet geplukt, maar heb tegelijk gewaakt over de betrouwbaarheid van mijn bronnen. En ik heb natuurlijk een stapel boeken meegebracht uit Louisiana: een aantal klassiekers over de geschiedenis van de slavernij en - meer specifiek - het leven van een zwarte vrouw, van geboorte tot dood.

De vraag waarmee de flaptekst eindigt is 'Maar misschien vinden Lara en Rebecca elkaar wel terug?' Wanneer Lara en Rebecca worden gescheiden leiden zij zeer verschillende levens. Ze blijven wel in elkaars nabijheid, ook na de burgeroorlog. Vindt u dat ze elkaar aan het einde van het boek terugvinden?
Het antwoord op die vraag laat ik graag aan de fantasie van de lezer over. Maar ik heb het boek in ieder geval met een warm gevoel afgesloten, een gevoel van hoop. Misschien zegt dat al iets meer?

Op uw website vertelt u dat u eigenlijk onderwijzeres had willen worden. Is dat ook een reden waarom u een boek met een geschiedenis-onderwerp hebt gekozen?
Eigenlijk heb ik het diploma leerkracht Nederlands-Engels op zak. Maar ik geloof niet dat dit diploma verband houdt met de boeken die ik schrijf of de thema's die ik kies. Ik ben geen planmatig schrijver, die heel bewust op zoek gaat naar een boeiend thema en dan uitdoktert hoe zo'n boek best geconstrueerd wordt. Het gaat allemaal nogal intuïtief. Ik moet 'gepakt' worden, ontroerd door iets wat ik hoor of zie. Toevallig heb ik dat bijna altijd met historische onderwerpen. Ik heb me wel vaker afgevraagd hoe dat komt. Het is iets wat ik als kind ook al had: een vreemd soort heimwee naar mensen die ik nooit gekend heb, die allang dood waren voor ik geboren werd. Toen mijn moeder me op mijn twaalfde het dagboek van Anne Frank gaf, las ik het in een ruk uit en zat ik bijna te huilen van frustratie omdat ik haar nooit persoonlijk zou ontmoeten. Want Anne - daar was ik toen stellig van overtuigd! - zou vast een hele goede vriendin van me geworden zijn. Dat verlangen naar de levens en de gedachten van mensen die er niet meer zijn, de nieuwsgierigheid naar hun drijfveren, heeft me nooit meer losgelaten. Een boek over hen schrijven is de enige manier om zo dicht mogelijk bij ze in de buurt te komen. Het is in zekere zin - een uitspraak die ik even leen van mijn overbuurman, een professor geschiedenis - de dood een hak zetten.

U schreef eerder ook boeken gebaseerd op historische feiten, nl. Kleine Cecilia en Wreed schoon. Wat kunnen wij in de toekomst nog van u verwachten?
Ik zit alweer op iets te broeden en - jawel - het is een historisch thema. Het idee dook heel toevallig op toen ik mijn dochter haar les geschiedenis overhoorde en bij de verlichte filosofen terechtkwam. Maar wat het precies zal worden, daarover blijf ik liever nog een beetje vaag. Dit is het stadium waarin mijn verhaal een kindje is dat ik nog even in stilte koester voor ik het prijsgeef aan de buitenwereld. Kwestie van de nieuwsgierigheid alvast wat aan te scherpen...