Kathleen
Vereecken










 

 

 

Kunnen heksen heksen?

Querido, 2002
+ 10
ill. Sylvia Weve

Klik hier voor een fragment

De pers over dit boek

Alles over hekserij! Over echte heksen uit de geschiedenisverhalen vol toverkruiden, brandstapels en duivelskunsten. Over vrouwen die vals beschuldigd werden van hekserij. Maar ook over moderne heksen en hoe je zelf heks kunt worden. Geen heksenvraag blijft onbeantwoord.
Kun je een heks aan haar uiterlijk herkennen?
Wat heeft een pompoen met Halloween te maken?
Hoeveel heksen zijn er op de brandstapel beland?
Deden kinderen mee aan de heksenjacht?
Waarvoor werd de heksenhamer gebruikt?
Hebben moderne heksen ook een bezem?
En dragen ze ook een puntmuts?
Kun je nog steeds laten testen of je een heks bent?
Hoe ziet een pentagram eruit?
Wat is Wicca?

 

Fragment [terug]

Door alle praatjes over heksen en hun foute streken en door de bangmakerij van de kerk, dacht men dat elke heks vanzelf ook een 'boze' heks was. En iedereen was ervan overtuigd dat je boze heksen vrij gemakkelijk kon herkennen. Aan bepaalde gedragingen, of aan iets bijzonders in hun uiterlijk.
Aan de ogen bijvoorbeeld, want die logen nooit. Iemand die een beetje scheel keek, of ongelijke of bijzonder diepliggende ogen had, kon een heks zijn. Twee verschillend gekleurde ogen waren ook verdacht. En voor wie doordringende helblauwe of -groene ogen had (het soort ogen waarvoor mensen tegenwoordig soms helemaal wegsmelten van bewondering), was het zeker oppassen geblazen. Aan hen zág je gewoon dat ze over bijzondere, waarschijnlijk kwade, krachten beschikten. Zij hadden het Boze Oog, en konden iemand kwaad doen, alleen maar door hem aan te kijken.
Wie bijgelovig was, en dat gold zowat voor iedereen, deed zijn uiterste best om zich tegen het Boze Oog te verweren. Vooral kinderen en varkens waren kwetsbaar. Ze werden vaak zomaar ziek, zonder duidelijke oorzaak, en dan dacht men meteen aan hekserij. Kinderen en varkens kregen amuletten om hen te beschermen. Dat waren zakjes met stukjes koraal, blauwe kralen, bladeren van bijzondere planten en nog meer dingen die konden helpen. Sommige mensen maakten die zakjes zelf, anderen lieten zich helpen door een heks. Een goede heks, welteverstaan.
Als bleek dat het Boze Oog toch sterker was, dan kon je proberen in de ogen van de heks te spugen om het onheil af te wenden. Maar daar moest je wel héél dapper voor zijn, want de heks kon natuurlijk wraak nemen. Dat was dus alleen maar iets voor durfallen. Veiliger was het om bijvoorbeeld het lichaam van een dier, dat gedood was door toedoen van de heks, te verbranden. De heks voelde dan de pijn, alsof het haar zélf overkwam. Als je haar dan hoorde brullen en huilen, wist je zeker dat zij de dader was.

Heksen kon je niet alleen herkennen aan dingen die ze konden, maar ook aan dingen die ze níét konden. Huilen met echte tranen, bijvoorbeeld. Heksen huilden met droge ogen. Stromend water oversteken konden ze ook niet. Men dacht vroeger wel eens dat in stromend water hele bijzondere krachten zaten, die een magisch schild vormden tegen heksen en andere boze geesten. Er werden verhalen verteld, heldenverhalen, over dappere mensen die nipt aan een heks waren ontsnapt door over een brug te lopen of naar de overkant van een rivier te waden.
Een heks op heterdaad betrappen kon je ook met klokkengelui, dacht men. Heksen die op dat moment onderweg waren naar de sabbat (een geheime bijeenkomst waar ze samen met andere heksen de duivel vereerden en gemene plannen smeedden), donderden dan met bezem en al uit de lucht. Heksen werden helemaal gek van klokkengelui en maakten zich bij het minste gebeier zo snel mogelijk uit de voeten.
En als er geen klokken geluid werden, dan kon je altijd proberen wijwater over een heks te gooien. Dat was water dat door een priester gewijd was, waardoor het goede krachten had. Krachten van God. En daar kon een heks natuurlijk helemaal niet tegen. Ze zou dan krijsen, en spartelen en vast en zeker op de vlucht slaan.

Een serieuze test om na te gaan of iemand heks was, was kijken of de verdachte een min of meer normaal gewicht had. Heksen waren immers zo licht als een veertje. Dat moest, want anders zouden ze nooit goed genoeg kunnen vliegen.
Ideaal decor voor een weegtest was de kerk. De benodigdheden? Een bijbel en een weegschaal. De bijbel werd op de ene helft van de weegschaal gelegd, terwijl de verdachte op de andere helft mocht gaan zitten. En dan werd het spannend. Woog de verdachte meer of minder dan de bijbel? Als ze meer woog, was het goed. Dan was ze geen heks, maar een gewone vrouw. Woog ze minder, dan was ze zonder enige twijfel een heks. Het lijkt nogal stom en voorspelbaar, omdat elke verdachte wel meer zal gewogen hebben dan een boek. Maar boeken zagen er in de Middeleeuwen een beetje anders uit dan vandaag: zwaar papier en in een in een dik lederen omslag gebonden. Wie vel over de been was, kon dus pech hebben.
Heel wat wijdverspreider dan het opwegen tegen de bijbel, was de zwemproef. De zwemproef werd ook wel het godsoordeel genoemd. De zwemproef was niet altijd een wettelijke test. Soms verzamelden familieleden, buren en kennissen zich om de test op eigen houtje uit te voeren. Uit nieuwsgierigheid, of om na te gaan of er voldoende redenen waren om met hun beschuldigingen naar de rechtbank te stappen. De linkerduim van de verdachte werd aan de rechter grote teen vastgebonden, en de rechterduim aan de linker grote teen. En dan was het tijd voor de test zelf: de verdachte werd neergelaten aan een touw in het water, of werd van de ene naar de andere oever getrokken. Wie bleef drijven, was een heks. Wie zonk, was onschuldig. In dat geval moest het touw zo snel mogelijk ingehaald worden. En wanneer dat niet lukte, verdronk de arme vrouw of man. Sommigen kregen een hartstilstand van pure angst. Het waren immers vaak oude, zwakke mensen, en voor hen was zo'n test echt te veel. Het mag vreemd klinken, maar sommige mensen bleven ook gewoon drijven. Dat had niks met toverij of met het pluimgewicht van een heks te maken, maar wel met de kleren. Als iemand verschillende laagjes boven elkaar aanhad, dan vormde de lucht tussen die laagjes een soort zwemband die haar een tijdlang boven water hield. Precies lang genoeg om iedereen ervan te overtuigen dat ze een echte heks in hun midden hadden. [terug]

 

De pers over dit boek [terug]

'In een kort bestek -- het boekje telt amper honderd bladzijden -- behandelt Kathleen Vereecken verrassend veel aspecten van hekserij. Kunnen heksen heksen? is een verademing in de stortvloed van fantasyboeken. Het brengt kinderen het inzicht bij dat heksen niet louter papieren personages zijn, en dat in het verleden, door onwetendheid en godsdienstig fanatisme, honderden onschuldige mensen op de brandstapel zijn terechtgekomen. Heksen uit het verleden hebben ook model gestaan voor hun populaire moderne collega's in hedendaagse televisieseries en boeken.
Voor heksenfanaten die alles willen weten over hekserij is dit de ideale lectuur.'
(Veerle Vanden Bosch in De Standaard der Letteren)

'... een berg met wat minder rechtstreeks ontleende, maar even geforceerde en ondoordachte fictie en non-fictie over tovenaars en heksen. Kunnen heksen heksen? van Kathleen Vereecken heeft de schijn dus tegen. Maar het valt mee, dit keer, het valt alleszins mee. Kunnen heksen heksen? is een écht informatief boek over hekserij door de eeuwen heen, voor iedereen vanaf een jaar of 10. Een leuk boek is het niet, maar dat heeft niets met Potter te maken. De geschiedenis van de hekserij, van mensen die door anderen of zichzelf tot heks bestempeld werden, is nou eenmaal gruwelijk, over het algemeen. Het boek is krachtig, geestig en angstaanjagend tegelijk, geïllustreerd door Sylvia Weve. ... Ze schrijft objectief, wetenschappelijk haast, maar wel op een manier die kinderen kan boeien. ... Voor een spreekbeurt over de heksenvervolging, over de inquisitie, de heksenwaag, de folteringen, de brandstapels, is het wel heel geschikt.'
(Judith Eiselin in NRC Handelsblad)

'Alles over heksen en heksenjachten staat te lezen in Kunnen heksen heksen? van Kathleen Vereecken, weer een deel in de reeks informatieve boeken van uitgeverij Querido. En bijzonder geslaagd dit keer. Natuurlijk zijn heksen ook een sappig onderwerp, maar dan is het nog een kunst het zo levendig, boeiend en interessant te brengen als Vereecken dat doet. Ze volgt de lijn van de geschiedenis en doorspekt die luchtig met allerlei aardige wetenswaardigheden.'
(Irene Verhiel in Dagblad De Limburger)

'... Diezelfde passie weet ook Kathleen Vereecken op te wekken in haar informatieve boek Kunnen heksen heksen?, wat heel knap is voor een boek waar geen plaats is voor verzinsels. Opnieuw bewijst de iQ-reeks hiermee overtuigend dat non-fictie allesbehalve saai hoeft te zijn. Hoe ontstonden heksenvervolgingen, waaraan dacht men vroeger heksen te kunnen herkennen, waarom beschuldigden dorpsgenoten elkaar van hekserij, hekserij in de moderne maatschappij, het wordt allemaal duidelijk en bovenal buitengewoon spannend verteld. Een non-fictieboek dat je in één adem uitleest, dat is een zeldzaamheid.'
(Hanneke van den Berg in Noord-Hollands Dagblad) [terug]